Jazz Class

De oorsprong van jazzinstrumenten

Ga je naar een live jazz optreden dan kun je jazzbands in verschillende formaties verwachten. Van een enorme big band die meestal bestaat uit zo’n 12 tot 25 muzikanten, tot kleinere jazzcombo’s zoals een duo, trio of kwartet. De groepsgrootte en instrumentkeuze wordt beïnvloed door het soort jazzmuziek dat het gezelschap wil spelen, maar is ook afhankelijk van de locatie waar men wil optreden. In een theater is nou eenmaal meer ruimte dan in een café. No shit Sherlock?! Anyhow.. Die luxe om te kiezen hebben wij tegenwoordig, maar dat was anders in de tijd dat jazz ontstond. Toen moest je roeien met de riemen die je had – of eigenlijk spelen met de spullen die je had. 

Om een goed beeld te krijgen van waarom bepaalde instrumenten nou zo typisch zijn voor jazz, is het nuttig om een kijkje te nemen in het alledaagse leven van New Orleans toen jazz ontstond. Het is een vrij triest maar hoopvol en mooi verhaal tegelijk.

Weinig geld, veel muzikaliteit

Niet iedereen hoefde te roeien met de riemen die voorhanden waren, maar met name de Afro-Amerikanen die een normaal leven probeerden op te bouwen nadat de slavernij in 1865 was afgeschaft in de VS. Je kunt je voorstellen dat ex-slaven niet veel geld te besteden hadden. Wat ze wel in overvloed hadden, was muziek.

Muziek was een belangrijk onderdeel van de cultuur in Afrika en dat hebben de van hun vrijheid beroofde Afrikanen tijdens de slavernij bij zich weten te houden. Sterker nog, muziek was hun houvast. Ze hadden geen instrumenten, maar brachten met hun stem en handen geluid voort. Tijdens het zware werk op plantages zorgde muziek voor ritme. Die cadans hielden ze aan in hun bewegingen (je kunt het vergelijken met een roeiboot waarin meerdere mensen roeien en de stuurman het tempo aangeeft met zijn stem). De geïmproviseerde teksten van deze werkliederen waren vaak emotioneel en gingen over het zware bestaan, maar ook over de hoop op een betere toekomst. Er gaan zelfs verhalen rond dat slaven tijdens hun werk met elkaar communiceerden door gecodeerde berichten te zingen.

Een voorbeeld van een werklied; een schrijnende werkelijkheid.

De combinatie van klaagzang, werkliederen en spirituals vervormde tot de blues. Blues is samen met een ander muziekgenre genaamd “ragtime” de basis waaruit jazz, na de afschaffing van de slavernij, voortkwam. Jazz kreeg in tegenstelling tot blues een meer positieve vibe. Jazz was – en is – de viering van het leven en van vrijheid.

Van wastobbe tot trompet

Muziek was belangrijk. Ontzettend belangrijk. En dat bleef het na de afschaffing van de slavernij. Niet alleen omdat het hoop en blijdschap bracht, maar ook omdat het een manier was om inkomsten te genereren.

In het boek “On the Instrumental Origins of Jazz” van Russel Roth staat beschreven hoe de straten van New Orleans gevuld waren met muziek. Mannen van Afrikaanse afkomst stonden vol overgave te spelen. Hun vrouwen dansten op de muziek die voornamelijk uit percussie (een groep instrumenten waar op wordt geslagen) bestond. Dat er geen geld was voor instrumenten, mocht de pret niet drukken: wastobbes, wasborden, zelfgemaakte drums en over elkaar raspende dierenbotten werden gebruikt. Af en toe kwam er een banjo voorbij. Alles wat beschikbaar was, werd gebruikt en muziek was overal.

Zo vond je in die tijd in cafés en hoerenhuizen ook vaak valse piano’s die gebruikt werden door de Amerikanen om bijvoorbeeld country en ragtime te spelen. Afro-Amerikanen kwamen al gauw achter deze honky-tonk piano’s terecht. Ook de mondharmonica die in eerste instantie veel in countrymuziek werd gebruikt, kwam terug in blues en jazz.

Ragtime gespeeld op een honky-tonk piano.

In diezelfde tijd was marsmuziek (muziek gespeeld door een fanfare/leger) populair. Instrumenten zoals saxofoons, trompetten en klarinetten kwamen hierdoor ter beschikking. Tegelijkertijd zorgde de populariteit van klassieke muziek voor de aanwezigheid van orkesten die instrumenten zoals violen en contrabassen met zich meebrachten.

Andere instrumenten

De combinatie van al die instrumenten kennen we tegenwoordig nog steeds. Door de jaren heen zijn er wel een aantal instrumenten bijgekomen. Zo werd de elektrische jazzgitaar in 1930 geïntroduceerd. Tot die tijd werden akoestische (niet versterkte) gitaren gebruikt. Omdat het geluid te zacht was om goed hoorbaar te zijn in samenspel met de luide blaasinstrumenten, speelden gitaristen alleen akkoorden en geen solo’s. De komst van de elektrische jazzgitaar bracht daar verandering in.

Rond diezelfde tijd werd de dwarsfluit voor het eerst opgenomen op een jazzplaat. Daarvoor werd de dwarsfluit vooral gezien als iets klassieks en niet-swingends. Pas vanaf 1950 werd de fluit veel meer gebruikt in de jazz.


De eerste jazzopname van een dwarsfluit: “Shootin the Pistol”, uitgevoerd door klarinettist Alberto Socarras met de Clarence Williams band in 1927.

Emotie

Welke van deze instrumenten vind jij nou écht typisch voor jazz? Aan welk instrument denk jij als éérste als je het woord “jazz” hoort? Laat vooral je reactie achter onder dit bericht. Ik ben benieuwd naar welk instrument er wint! 😉 Wat je keuze ook mag zijn, één ding is het aller belangrijkste in jazz: het overbrengen van oprechte emoties. Of zoals John Coltrane zei: “You can play a shoestring if you’re sincere.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *